Carrières Wérotte

Gemeente: Lustin
Synoniemen: Carrière Tailfer, Carrière Lustin
Ontgonnen gesteente: Grand Antique de la Meuse

Op 15 mei 1867 wordt een vergunning goedgekeurd aan François Seresia, leermeester in de groeve van Profondeville, om een installatie te plaatsen voor de ontginning van marmer.  Anno 1896 telt deze dagbouwgroeve 49 werknemers. Omdat het gesteente te gevoelig is voor explosieven wordt het gezaagd met behulp van een staalkabel die tussen 2 steunpunten en een draaiende as werd gespannen. Met een snelheid van ca 20 km/u baande de staalkabel zich een weg door het gesteende. Dankzij water en zand dat aan de zaagsnede werd toegevoegd vergrootte men het schuren van de staalkabel.

In 1939 wordt in deze dagbouwgroeve een gigantisch blok ontgonnen van 14 meter lang, 4 meter breed en 3 meter dik. Na meerdere mislukkingen is men er eindelijk in geslaagd het blok los te krijgen.

In het jaar 1955 start men met de ontginning van nog een veel groter marmerblok met een lengte van 15 meter,  een breedte van 12 meter en een diepte van 8 meter.  Het blok had een volume van 1600m³ en woog maar liefst 4.400 ton.  De staalkabel die gebruikt werd om het blok te zagen had een lengte van 960m om overhitting te voorkomen. In totaal gebruikte men ca 2700 meter aan staalkabel.  Om ervoor te zorgen dat er genoeg wrijving met het gesteente was werd er in de zaagsnedes ongeveer 75 ton zand gebruikt. Het zagen vorderde zeer langzaam aan een tempo van ongeveer 15cm per uur.  Om deze grote ontginning  tot een goed eind te brengen werd de hulp van Giovani Carmassi ingehuurd, een Italiaanse steenkapper uit de bekende witmarmergroeves uit Carrara.

Op 19 september 1955, omstreeks 17u30 slaagde men er in om het blok succesvol los te krijgen. Ontgetwijfeld is dit het grootste blok dat ooit in België in zijn geheel ontgonnen is en mogelijk zelfs een van de grootste in heel Europa.

Het ontgonnen marmer werd onderandere gebruikt voor de Koninklijke Crypte te Laken.

 

Spring naar toolbar