Fosfaatgroeves

(kalk)Fosfaat:

Reeds in Romeinse tijden werd er al kalkpoeder of mergel gebruikt om het veld te bemesten. Tijdens de industriële revolutie groeide de nood om meer voedsel te verbouwen op kleinere oppervlakte. Dankzij de vooruitgang die men boekte op het vlak van chemie ontstonden nieuwe technieken om de landbouwgrond te bemesten. Rond 1800 vroeg de fransman Robin-Monhéry een patent aan voor de extractie van fosfaat uit kalksteen, maar het project kwam niet van de grond.  In 1848 pikte men het idee opnieuw op en zo ontstond de allereerste ontginning van fosfaat ergens in de franse ardennen.

Fosfaatgroeves

Vanaf 1884 tot 1924  en tussen 1940 en 1944 wordt in het waalse Haspengouw een onregelmatige kalkfosfaatbank ontgonnen variërend van enkele decimeters dikte, op een diepte van 7 tot 30 meter. De laag bevindt zich tussen een mergellaag, vuursteenbank en een laag van zand en slib. De ontginning vond hoofdzakelijk plaats door het graven van diepe putten. Wanneer men de bruikbare fosfaatbank vond startte men met het graven van een horizontale drijfgang. Op enkele plaatsen kon men de fosfaathoudende laag dankzij een dagzomende steenlaag dmv horizontale gangen bereiken. Vanuit de hoofdgang werden vervolgens enkele parallelle zijgangen ontgonnen.  De ontginning duurde meestal enkele maanden tot een jaar. . Wanneer het perceel uitgeput raakte startte men elders een nieuwe ontginning. Zo ontstonden er tussen de 10.000 en 20.000 van deze ontginningen. De verlaten schachten werden opgevuld met vuursteen en / of afgesloten. In de loop der jaren ontstonden er vele verzakkingen door het instorten van de onderliggende gangenstelsels. 

Kalkfosfaatgroeves

Tussen 1877  en 1925 wordt er in de regio van Mons een kalkfosfaatlaag ontgonnen die zich op 40 tot 60m diepte bevindt.  De ontginning ging van start met het graven van een diepe sleuf tot de kalkfosfaatbank bereikt was. Vervolgens startte men met het ontginnen van de hoofdgang, van waaruit diverse zijgangen vertrokken. Ook in de zijgangen maakte men aan weerszijden een verbinding tussen de hoofdgangen waardoor een gangenstelsel met pilaren ontstond. Zo vertonen vele ontginningen vertonen een zeer regelmatig dambordpatroon op kaart. Sommige gangenstelsels zijn nadien via dagbouw verder afgegraven en grotendeels verdwenen. Een groot deel van de resterende gangenstelsels staat gedeeltelijk of zelfs volledig onder water.

Spring naar toolbar