Berglopen

Caestert in Franse tijd

De Franse Revolutie was een belangrijke politieke omwenteling die blijvende veranderingen teweeggebracht heeft in heel Europa. Ook voor het landgoed van Caestert waren de gevolgen van de Franse Revolutie kenmerkend voor de verdere toekomst van het kasteel en de bijhorende kalksteengroeves.

De Franse Revolutie (1789)

Tekening van een “Garde National” te Caestert

De zwakke economie zorgde voor steeds groeiende sociale tegenstellingen dat op hun beurt resullteerde in een steeds groeiende ontevredenheid bij de bevolking. Onderandere dankzij de geschriften van de franse filosoof Voltaire groeide de politieke en filosofische stroming “de verlichting” alsook de roep om verandering. In Parijs nam de onrust in 1789 steeds toe en kwam het meermaals tot bloedige rellen. Na het ontslag van de populaire eerste minister Necker (een bankier) blijkt dat er zich ook troepen rond Parijs verzamelen. Hierdoor vreesde de rijke burgerij haar macht te verliezen en gebruikt ze het gepeupel als stormram bij de succesvolle bestorming van Bastille op 14 juli 1789. Om het gepeupel na de oprichting van de Commune légale weer onder controle te krijgen koopt de bourgeoisie hun wapens op aan 40 sous per stuk en bewapenen ze hierbij hun recent opgerichte “Garde National”. Zo beschikt de rijke burgerij over haar eigen burgermilitie om zo de rellen en plunderingen in de stad onder controle te houden om hun bezittingen en machtpositie veilig te stellen.  Het verhaal van de verovering van een munitie-depot door opstandelingen te Parijs verspreidde zich razendsnel, waardoor het als de symbolische start van de Franse Revolutie wordt gezien.

De Luikse Revolutie (1789)

Deze revolutionaire, haast mytische verhalen bereikten ook al snel Luik, waar de onvrede over het bestuur van Prinsbisschop Cesar van Hoensbroeck steeds toenam. Op 18 augustus 1789 ontstond er protest aan de regeringsgebouwen in Luik door talloze arbeiders en werklieden uit Luik en Verviers. De prinsbisschop werd gedwongen een oude reglement in te trekken dat hem toeliet om edicten uit te vaardigen. Er werden nieuwe magistraten aangesteld waardoor de liberale rijke burgerij aan de macht kwam. In de daaropvolgende week vluchtte de Prinsbisschop naar Trier. Het onafhankelijke Luik werd op 24 november 1789 bezet door een Pruisisch garnizoen, dat toen op voet van oorlog leefde met Oostenrijk. Hierdoor werd de Luikse Revolutie aanvankelijk beschermd tegen de Oostenrijkers. Maar doordat zowel de Franse als Luikse revolutie verder radicaliseerden, vormden sloten onder druk van buitenaf de Pruisen en Oostenrijkers een akkoord om oorlog te voorkomen. Zo verliet het Pruisische garnizoen de stad Luik en herstelden de Oostenrijkers de oude machten, waardoor de Prinsbisschop op 12 februari 1791 zijn herintrede te Luik maakte.

Koninkrijk Frankrijk (1791)

Op 27 augustus tekenden de Oostenrijkers en Pruisen een verdrag waarin ze eisten dat de absolute macht van Lodewijk XVI hersteld moest worden. Onder zware druk van de bourgeoisie werd hij gedwongen akkoord te gaan met een nieuwe grondwet. Zo ontstond op 3 september 1791 het “Koninkrijk Frankrijk” met Lodewijk XVI als koning der Fransen. De oude absolute monarchie werd vervangen door een constitutionele monarchie, waarbij de koning de wetgevende macht ontnomen werd alsook de adel werd afgeschaft.

De rijke bourgeoisie was erin geslaagd zichzelf aan de macht te helpen, terwijl de gewone bevolking bleef lijden onder armoede en onderdrukking. Doorheen het hele land ontstonden er grote opstanden en vanuit verschillende delen van het land marcheerden gewapende sansculotte groeperingen richting Parijs. Tegelijk dreigt voor de revolutionaire machthebbers langs buitenaf de bloederige restauratie van de monarchie door de naderende pruise en oostenrijkse troepen. De sansculotten weten van deze dreiging dankbaar gebruik te maken door op 9 augustus 1792 de “commune légale” omver te werpen en een eigen “Commune Intersectionelle” op te richten, bij ons beter bekend als de Commune van Parijs. Dit was het begin van een geweldadige staatsgreep en na het omverwerpen van het bestuur, werden de Tuilerien de volgende dag bestormd en geplunderd, waarop vervolgens de Koning en zijn familie werden gevangengenomen. De Commune dwong de wetgevende mach ( de Assemblée Nationale) om de Koning af te zetten en zich vervolgens te ontbinden zodat een nieuwe nationale conventie verkozen kon worden.
De nieuwe nationale conventie schafte op 21 september 1792 monarchie volledig af en zo ontstond de eerste Franse Republiek.

De Eerste Franse Republiek, 1792

Helaas kampte de eerste Franse Republiek met ernstige bestuursproblemen. In de hoop om haar politieke problemen op te lossen of te verdoezelen stuurde de nieuwe Franse overheid aan op oorlog. Zo raakt de Franse Republiek verwikkeld in een coalitie-oorlog tegen onderandere Pruisen, Oostenrijkers, Nederland waarvan de zuidelijke Nederlanden en Luik een belangrijk onderdeel van het strijdtoneel vormden. Zo werd het franse leger tijdens de slag bij Jemappes op 6 november 1792 gesteund door 2500 vluchtelingen uit de Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom van Luik. De franse troepen arriveerden op 28 november in Luik waar men weinig weerstand ondervond. De prinsbisschop was immers weer gevlucht en gesteund door de franse soldaten konden de revolutionairen de macht weer in handen nemen. Als op 1 februari 1793 de oorlog aan de Republiek Der Verenigde Nederlanden verklaard wordt, probeert Generaal De Mirande de vestigingsstad Maastricht in te nemen en vervolgens verder langs de maas op te rukken. Wat hij echter niet had voorzien was dat het Staatse Garnizoen de belegering en 10 dagen durende bombardementen wist te weerstaan tot de versterkingen arriveerden. Verrast door de 50,000 Oostenrijkers en 20,000 Pruisen moest De Miranda op 1 maart 1793 met zijn troepen op de vlucht slaan en weet het Oostenrijks-Pruis leger zo de franse troepen tijdelijk te verdrijven. Na de onthoofding van Koning Lodewijk XVI in 1793, bereikte de Franse Republiek haar absolute dieptepunt. In het binnenland namen de volksopstanden nog steeds toe terwijl men in het buitenland met ernstige militaire verliezen kampte. Als antwoord hierop voerde men de “Levée en Masse” in, een massale dienstplicht waarbij alle mannelijke franse staatsburgers werden opgeroepen om het vaderland te verdedigen. Desondanks het een weinig populaire maatregel was met veel desertie en dienstplicht ontduiking tot gevolg, slaagde men er op deze manier wel in om de capaciteit van het franse leger bijna te verdubbelen tot een indrukwekkend grootte van 1,5 miljoen manschappen. Luik wordt in het voorjaar van 1794 weer heroverd door Oostenrijkse troepen waardoor de Prinsbisschop zijn herintrede kan maken op 21 maart. Toch was zijn terugkeer was maar van korte duur want in juni waren de franse legers weer aan winnende hand. Op 24 augustus verliet de Prinsbisdom definitief de stad alvorens de Franse troepen 2 dagen later de stad weer innamen. Het eeuwenoude Prinsbisdom van Luik werd definitief ontbonden op 31 augustus 1794 en werd opgedeeld in 3 departementen die op 1 oktober vervolgens allen werden geannexeerd door Frankrijk.  Na deze succesvolle annexatie wordt Maastricht in november 1794 voor de 2e keer belegerd, dit keer onder leiding van generaal Kléber. Na een beleg van 2 maanden slaagt hij er uiteindelijk op 4 november 1794 in om de stad te veroveren. Het duurde slechts enkele maanden vooralleer de gehele stad inclusief bevolking werden ingelijfd bij de Franse Republiek. Zo kregen de inwoners van Maastricht automatisch de franse nationaliteit en werden ze ook onderworpen aan de Franse grondwet, die enkele belangrijke veranderingen met zich mee bracht zoals de invoering van de dienstplicht en scheiding tussen kerk en staat. Terwijl de Franse troepen in de daaropvolgende winter hun doortocht door de Nederlanden maken, enigszins gesteund door de Nederlandse bevolking, wordt Maastricht in 1795 uitgeroepen als hoofdstad van het departement Beneden-Maas.

Confiscatie van het landgoed van Caestert:

In 1796 voerde de Franse overheid een nieuwe maatregel in die ervoor zorgde dat met onmiddellijke ingang alle stadskloosters en geestelijke instellingen werden ontbonden en geconfisqueerd door de Franse Republiek. Niet alleen werden de geestelijken uit hun kloosters en buitenverblijven verdreven maar werden zo ook tot ver buiten te stadsmuren weggestuurd.

Ook het landgoed van Caestert, dat reeds eeuwen in handen was van de geestelijken van het Prinsbisdom Luik, ontsnapte niet aan deze nieuwe wetgeving en werd zo eigendom van de Franse Republiek.

In de Caestert-groeve vinden we enkele interessante opschriften terug uit datzelfde jaar die ons herinneren aan de confiscatie van het landgoed.


Opschrift nr 1:  Langs deze tekening lezen we de tekst “Wati Túnissen met zijn twee honden, pada en Turde 1796.
Opschrift nr 2: Het opschrift bevindt zich vlak langs het vorige opschrift. We lezen de tekst “Tortel Dragon aux 7de Régiman”.
Opschrift nr3:  De naam Wati Tunissen is 2x zichtbaar. Ook de naam Jean Tortel keert terug alsook “Dragons 7”. Tevens zien we een Franse Haan en een voorstelling van een draak en het jaartal 1796
Opschrift nr4: We zien een draak met een olielampje en vergezeld met van enkele kanonnen. Wederom keert het jaartal 1796 terug. 

Deze opschriften vertellen ons dat Wati Tunissen samen met Jean Tortel de groeve heeft bezocht in 1796.  Wati Tunissen wordt afgebeeld als een gewone man met zijn wandelstok, olielampje en 2 honden. Wellicht was hij vertrouwd met het gangenstelsel en dus de gids.
Jean Tortel wordt afgebeeld als een Franse soldaat te paard. Uit de tekst kunnen we afleiden dat hij behoorde tot het 7e Régiment Des Dragons.

7e Régiment Des Dragons:

Het 7é regiment de Dragons was een franse legereenheid, bestaande uit 1 escadron van 157 manschappen. Ze werden reeds in 1673 opgericht maar ondervonden door de eeuwen heen verschillende naamswijzigingen en hervormingen. Oorspronkelijk bekend als “Dauphins-Dragons” werd het régiment na de franse revolutie in 1791 hernoemd tot “7é Régiment Des Dragons” en maakten ze deel uit van l’armée du Nord. Desondanks de afbeelding van de ruiter te paard laat vermoeden dat het om een cavalerie-eenheid ging, was dit niet het geval. Het was in feite een infantrie-eenheid die zich te paard verplaatste en te voet ten strijde trok.

Enkele maanden vooralleer Maastricht als laatste bolwerk in de regio veroverd werd, vochten de dragoniers op in 1794 te Tongeren. Na deze succesvolle belegering vond er een herorganisatie plaats in het franse leger en werd het regiment overgeplaatst naar l’armée de Sambre et Meuse. In 1795 namen ze deel aan de gevechten te Leuven en in 1796 trok het regiment naar Nürenberg onder leiding van generaal Kléber, die reeds eerder Maastricht veroverde. Het is tijdens deze doortocht van Leuven naar Nürenberg dat het Régiment der dragoniers het landgoed van Caestert bezocht en de eerder besproken opschriften achterlieten.

 

De Familie Veugen

Op 12 mei 1798 werd het landgoed van Caster door de franse overheid verkocht als privé-bezit. Bij deze verkoop werd de overheid vertegenwoordigd door Eustache Servais Veugen, receveur General te Maastricht. Het kasteel werd voor 1,110 000 franken gekocht door de weduwe Maria Helena Barbara Lousberg, de moeder van Eustache Veugen. Terwijl dit een duidelijke vorm van belangenvermening was die de corruptie van de franse overheid aantoonde kraaide er geen (franse) haan om en slaagde ze erin het kasteel te kopen voor minder dan de helft van de reële waarde. De weduwe Lousberg bewoonde het kasteel samen met haar dochters Sophie Agnes Veugen en Maria Elisabeth Veugen alsook haar zoon Johan Everard Veugen. In 1799 nam ook Joseph Grimont zijn intrek in het kasteel.

Lieske Veugen:

Lieske was namelijk niet alleen gezegend met een oogverblindende dosis vrouwelijke schoonheid, maar was ook intellectueel ontwikkelde vrouw. Volgens de oude dorpsverhalen zou Lieske in de Waalse kerk gefigureerd hebben in de Waalse Kerk te Maastricht als “Godin van Rede”. Zoals in Sok Mededelingen 10 reeds beschreven is het weinig waarschijnlijk dat deze verhalen kloppen.

Terwijl Napoleon de macht greep dmv een staatsgreep, was de Franse Republiek in een nieuwe coalitie-oorlog verwikkeld geraakt tegen oa het Verenigd Koninkrijk en Rusland. Gelukkig bevond het strijdtoneel zich op veilige afstand van de Sint-Pietersberg en kon Maastricht genieten van een periode van economische groei. Dankzij de afschaffing der ambachten in 1794 werd het vrije ondernemerschap mogelijk gemaakt. Daarnaast zorden de leegstaande kloostergebouwen voor goedkope handelspanden, die op hun beurt de Franse schatkist spijzigden.

Om de inwoners van de groeiende stad alsook de franse troepen te voorzien van voedsel draaide de landbouw op volle toeren waardoor ook de vraag naar naar losse mergel ter bemesting van de landbouwgronden toenam. Zo werden er ook in de Caestertgroeve nieuwe exploitaties gestart ten behoeve van losse mergel. In enkele van deze gangen bevinden zich op minstens 6m hoogte, net onder het plafond enkele oude opschriften gedateerd uit 1800. Het betreft de parabolische gangen die op bijgevoegde deelkaart ingekleurd zijn. De plaatsing van de opschriften is aangegeven met rode stippen. De gangen zijn in zijn geheel ontgonnen ten behoeven van de losse mergel.

Oprichting Eerste Franse Keizerrijk, 1804

1805 :Eustache Veugen stapt met Jacoba Cornelia Nahuys in het huwelijksbootje. Slechts 4 jaar later, op 17 december 1809 kwam zij om het leven op 33 jarige leeftijd. Haar lichaam werd begraven in de graftombe in het stelseltje wat de ‘kasteelgroeve’ genoemd wordt.

1808: Opschrift Joannes Gilson te Caestert

1811:Napoleon brengt voor de 2e maal een bezoek aan Maastricht. Hij zou er de vestigingswerken alsook de onderaardse kalksteengroeves van de Sint-Pietersberg bezocht hebben. Er bestaan enkele opschriften die dit zouden bevestigen, doch is de authenticiteit hiervan betwijfelenswaardig. Tevens is het betwijfelenswaardig dat hij het landgoed van Caestert bezocht zou hebben.

Het koninkrijk Der Nederlanden, 1814

Na enkele nederlagen en de oplaaidende kritiek vanuit Parijs besluit Napoleon in 1814 afstand van de troon te doen. Het einde van de franse tijd is een feit en vanaf 1 augustus 1814 maken Maastricht alsook het landgoed van Caestert deel uit van pas opgerichte Verenigd Koninkrijk Der Nederlanden.

Cousin

De familie Veugen had nauwe banden met de voormalige franse overheid. Zoals eerder vermeld werkte Eustache Veugen als “Receveur General”. Door zijn functie kwam hij in contact met Gerome Cousin, een legerkapitein uit Parijs en betaalmeester van het 2e regiment Huzaren dat gestationeerd was te Maastricht. Ze raakten bevriend met elkaar en na de troonsafstand van Napoleon nam hij zijn intrek in het kasteel van Caestert.  Langs een der hoofdwegen van Ternaaien Beneden, in een klein doodlopend zijgangetje, staan enkele opschriften die refereren naar Gerome Cousin. Ze geven aan dat dit de plek is waar Cousin gevonden werd. Daarnaast staat een latijns opschrift getekend in houtskool. Waarschijnlijk heeft Cousin dit opschrift zelf bij een later bezoek aangebracht.

Het lijkt erop dat Cousin hier van een enge dood is gered nadat hij zijn verdwijning opgemerkt werd. Enkele jaren later, in 18?? heeft hij immers minder geluk gehad. Volgens zijn akte van overlijden werd hij dood aangetroffen in een der groeves van Caster. De exacte locatie is onbekend.

Over zijn dood vormden zich de wildste verhalen, die al in Sok Med 10 beschreven werden door Ed De Grood. Doch blijft het opmerkelijk dat hij slechts kort voor zijn overlijden zijn testament opmaakte. Alsof hij zijn einde voelde naderen.

Jean-Baptiste Bory de Saint-Vincent

In de periode tussen de ontsnapping van Napoleon en zijn terugkeer in Frankrijk, keerde Bory terug naar zijn naar zijn geboorteplek Agen en werd er verkozen tot parlementslid. De nederlaag te Waterloo had tot gevolg dat Napoleon vrijwillig afstand nam van de troon en zo werd op 8 juli 1815 Koning Lodewijck XVI weer in ere hersteld. Omwille van het openlijk steunen van Napoleon en zijn openlijke kritiek tégen de “Bourbouns” wordt Bory in 1815 veroordeeld tot 5 jaar verbanning uit frankrijk.

Zo verbleef hij tussen 1816 en 1819 verbleef hij in Duitsland en België. Tijdens zijn verbanning heeft hij ook de St-Pietersberg bezocht waarvan hij een reisverslag publiceerde na zijn terugkeer in Parijs in 1821. Het lijkt erop dat hij in zijn reisverslag zijn verblijfplaats probeert geheim te houden, doch wijst alles erop aan dat hij op het landgoed van Caestert verbleef.